top of page

She’s back, bitches

7 sep
3 minuten om te lezen

Deze zondag was er toch even opschudding onder land- en tuinbouwers na het lezen van “De Zondag”. Je hoefde de krant zelfs nog niet open te slaan om te weten waar de essentie van het gesprek met onze Vlaamse minister van Klimaat lag. De titel sprak boekdelen: "Er is te veel landbouwgrond in Vlaanderen". Het had evengoed kunnen zijn: "De Vlaamse ministers kunnen niet meer door één deur." Terwijl minister Brouns terecht inspanningen levert om landbouwgrond te beschermen, wordt hij ruw getackeld door een collega nog vóór ze samen rond de tafel zitten voor het overleg over het nieuwe Beleidsplan Ruimte Vlaanderen.


Maar goed, als er al iets te veel is in Vlaanderen, dan zal het toch wel geen landbouwgrond zijn. Jarenlang was landbouwgebied een zone waarin men zowat alles kon doen wat men wilde. Iedereen kon dergelijke gronden aankopen en ze vervolgens invullen naar eigen inzicht. Veel van die aangekochte gronden zijn ondertussen vertuind of omgevormd tot hobbyweides voor paarden door nieuwe bewoners van het platteland. Ook het beleid zelf zorgt ervoor dat landbouwgrond steeds minder wordt gebruikt waarvoor ze oorspronkelijk bestemd was: voedselproductie. Zo hebben de verplichte bufferstroken langs waterlopen het beschikbare areaal met ongeveer 7.000 hectare verminderd. Daarnaast bestaan er ecoregelingen, zoals faunamengsels, die eveneens een andere invulling geven aan landbouwgrond dan voedselproductie. Allemaal niet zo zichtbaar, maar toch een verschuiving van landbouw naar natuur.


En toch is het volgens sommigen nog altijd niet genoeg. "Er moet meer natuur bijkomen en dan liefst op productieve landbouwgronden" zo klinkt het. Het is gemakkelijk om te stellen dat extra natuur noodzakelijk is om de klimaatverstoring aan te pakken, maar klopt dat wel en waarom moet dat telkens gebeuren in de schaarse open ruimte die Vlaanderen nog rest? Zowat 35 procent van onze oppervlakte is door Vlaanderen in beslag genomen, het zogenaamde ruimtebeslag. Moet daar dan niet eerst naar gekeken worden? De fouten uit het verleden (en heden), waarbij vrijwel alles werd toegestaan op het vlak van bebouwing, komen ons vandaag duur te staan. Het rommelige uitzicht van vele gewestwegen is een uitzonderlijk fenomeen in Europa. Ook de daaraan gekoppelde verharding draagt bij aan de sterke opwarming van stedelijke gebieden.


Nochtans liggen daar de grootste klimaatwinsten. Door steden en agglomeraties te ontharden, te vernieuwen en te vergroenen zonder bijkomend ruimtebeslag, creëer je naast een beter leefmilieu ook economische meerwaarde. Niet alleen kan de waarde van ons patrimonium stijgen door het klimaatbestendiger te maken, ook vergroening speelt daarin een belangrijke rol. De aanleg van parken in steden verhoogt de levenskwaliteit van bewoners en doet vaak ook de vastgoedwaarde stijgen. De groenste stadskernen behoren doorgaans tot de meest aantrekkelijke en aangename woonomgevingen. Bovendien gaat het om groen dat voor iedereen bereikbaar en toegankelijk is, iets wat van nieuwe natuurgebieden niet altijd gezegd kan worden.


Wat mij echter steeds opvalt bij mensen van Vooruit, is dat zij de landbouw en voedselproductie in Vlaanderen altijd willen afbouwen. Dat staat toch haaks op hun eigen filosofie om de man in de straat te beschermen. Het is net de partij die zegt op te komen voor mensen met een lager inkomen. Voor die gezinnen neemt voeding doorgaans een groter aandeel van het budget in dan voor anderen. Tenzij men deze discussie volledig wil overlaten aan de meer radicale partijen in Vlaanderen, lijkt het mij een opmerkelijke strategie om de basis van onze voedselproductie, namelijk landbouwgrond, verder te laten krimpen.

Voor minister Depraetere is er blijkbaar te veel landbouwgrond in Vlaanderen. Toen ik echter de betoging van natuurorganisaties aan het kabinet van minister Brouns zag, dacht ik eerder: zijn er misschien niet te veel natuurorganisaties? Zo'n 250 mensen vertegenwoordigden er een tachtigtal verenigingen en vroegen 8.000.000 euro extra middelen voor hun werking. Als ik even reken, komt dat neer op gemiddeld ongeveer 100.000 euro per vereniging enkel voor hun werking. Wanneer ik nu het interview lees, verklaart dit misschien waarvoor ze dit geld dringend nodig hebben.


Om met de woorden van Conner Rousseau af te sluiten, kunnen we de terugkeer van minister Depraetere na haar zwangerschap samenvatten met: "She's back, bitches." Al was het maar om op een zonnige zondag met een welgekozen foute oneliner elke landbouwer te choqueren.


Bruno Vincent

Opmerkingen


bottom of page