top of page

Nog een plan rijker

  • 22 mei
  • 3 minuten om te lezen

Beste leden, collega’s, 


We zijn de afgelopen weken in Vlaanderen een plan rijker: het Drinkwaterplan 2026–2032. Dit plan is tot stand gekomen onder aanhoudende politieke druk, niet alleen van de oppositie, maar ook van regeringspartijen en lobbygroepen die de opgetrokken normen voor triazolen in de Westhoek bekritiseerden. 


Het opvallende aan dit debat is dat het niet gebaseerd was op kennis, maar op emoties. Emoties die ik overigens wel begrijp maar waar ik wel de wetenschappelijke nuance volledig heb gemist. Toch mag de impact van dit drinkwaterplan niet onderschat worden. Hoewel het nog in wetgeving moet worden omgezet (wat vooral een technische uitwerking is), bevat het wel degelijk korte deadlines met specifieke gebiedsafbakeningen. Ook al worden de industrie en humane lozingen in dit plan meegenomen, onze sector zal onder een vergrootglas blijven liggen. Dat komt omdat wat wij doen gewoon zichtbaarder is: elke handeling met een spuittoestel wordt door de maatschappij als vervuilend bestempeld. 


Wanneer er sprake is van vervuiling van oppervlaktewater door triazolen, hebben wij een gebruiksseizoen van ongeveer zes maanden. Afhankelijk van de teelten, het gebied en de weersomstandigheden is de periode van verontreiniging vanuit de landbouw geen constante. Bij lozingen vanuit de industrie en het humane ga ik er wel van uit dat deze het hele jaar door ongeveer constant zijn. Misschien is dit, op het gebied van volksgezondheid, gevaarlijker dan die piekmomenten uit de landbouw die toch deels voorspelbaar zijn. Ik kan hier niet over oordelen, dat is het werk voor mensen met kennis ter zake, maar het lijk mij toch niet zo onlogisch. 


We mogen onze verantwoordelijkheid hierdoor niet afwenden naar andere sectoren maar het is wel zo dat we in Europa toch wel met zeer strenge normen zitten ten opzichte van andere werelddelen omdat wij hier sedert de vorige eeuw het voorzorgsprincipe hanteren. Wanneer er niet kan bewezen worden dat er geen impact is op milieu en de volksgezondheid wordt de waarde op 0.1 microgram/liter gelegd. Door deze lage waarde is het drinkwaterplan voor vele producten niet zo vrijblijvend, trapsgewijs gaat men de deur meer en meer dicht doen voor producten die de norm in oppervlaktewater voor drinkwater overschrijden. Vanaf 2030 wordt dit uitgebreid naar alle drinkwater wingebieden en vanaf 2032 is het gebied al gans Vlaanderen. Ik vat dit op als zeer kort bij. 


Er is wel sprake dat er een economisch alternatief moet zijn vooraleer men een bepaald product uit de markt gaat nemen. Maar ja wat is economisch haalbaar en hoe gaat men dit bepalen. Van wanneer is bijvoorbeeld mechanische onkruidbestrijding rendabel ten opzichte van chemische? Dit zijn discussies die sterk zullen beïnvloed worden door de samenstelling van de Vlaamse regering en uit ervaring weten we al dat dit na iedere verkiezing enorm kan verschillen. 

Daarom wil ik een oproep doen om de richtlijnen voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen strikt te volgen. Het incident met oxamyl in de Grote Kemmelbeek is een voorproefje van hoe overschrijdingen, zeker van verboden middelen, politiek zullen worden uitgebuit. De oplossingen zijn niet enkel bij de landbouwers te zoeken, maar ook bij toeleveranciers, loonsproeiers, veredelingsbedrijven, onderzoekcentra, enz. Iedereen heeft hierin de taak om zijn inspanning te leveren waarbij de overheid hen ook op hun verantwoordelijkheid zal moeten wijzen. Zodat we er samen voor kunnen zorgen dat zoveel mogelijk producten veilig en verantwoord kunnen blijven gebruikt worden. 


Sommigen dromen van een wereld zonder gewasbeschermingsmiddelen, maar ik geloof niet in dit scenario. Plagen en ziekten zijn van alle tijden, en we moeten ze kunnen bestrijden, anders dreigen we te falen in onze continuïteit van voedselproductie. Er zullen producten verdwijnen maar het mag niet zo zijn dat door onprofessioneel gebruik we onze eigen concurrentie met andere Europese regio’s ondermijnen.

Opmerkingen


bottom of page