top of page

Bijna zou je er een traan bij wegpinken

28 aug
3 minuten om te lezen

Beste leden collega’s,


Wie het nieuws van de afgelopen zomer heeft gevolgd, zou bijna denken dat de wereld op instorten stond. Het was zonder twijfel een uitzonderlijk lange, droge en warme periode in heel Europa. Toch weet elke landbouwer dat de natuur veerkrachtig is en zich herstelt. Bovendien is het weer ondertussen omgeslagen: het is merkbaar koeler geworden en er valt opnieuw regelmatig regen. Laten we hopen dat de komende herfst en winter niet even extreem nat worden als dat de zomer droog was.


Het meest opvallende deze zomer waren ongetwijfeld de vele natuurbranden die in heel Europa woedden. Meestal ontstonden ze door menselijk toedoen en eenmaal een brand uitbrak, bleek die bijzonder moeilijk onder controle te krijgen. Ook dichter bij huis zagen we daarvan een voorbeeld met de brand in de Hoge Venen. In dit uitgestrekte natuurgebied kon het vuur, ondanks de grote inzet van hulpdiensten en de steun van lokale landbouwers, loonwerkers, melkaanvoerders nauwelijks worden bedwongen.


Ook in het verleden hebben we droge en warme zomers gekend. Toch lijken dergelijke grootschalige natuurbranden minder aanwezig in ons collectieve geheugen. Waren ze er toen gewoon minder vaak, of zijn we ze vergeten? Hoe dan ook zou dit beleidsmakers aan het denken moeten zetten over de manier waarop natuurgebieden vandaag worden ingericht. Het kan toch niet de bedoeling zijn dat deze gebieden, die vaak met aanzienlijke publieke middelen zijn ontwikkeld en onderhouden, jaarlijks het risico lopen om door brand verwoest te worden. Om vervolgens opnieuw subsidies te moeten voorzien voor herstelwerken.


Voor vrijwel elk gebouw en elke activiteit gelden strenge brandveiligheidsvoorschriften. Zonder naleving daarvan wordt geen vergunning afgeleverd. Voor natuurgebieden lijkt die redenering blijkbaar niet op te gaan. Nochtans valt het op dat natuurbranden vaak stoppen aan wegen, open terreinen of andere natuurlijke onderbrekingen. Dat lijkt mij logisch want bij grote gebouwen worden immers ook brandwerende muren voorzien om te voorkomen dat een brand zich ongehinderd door het hele complex verspreidt.


Waarom passen we datzelfde principe niet vaker toe in natuurgebieden? Door strategische onderbrekingen, brandgangen of open zones aan te leggen, kan de verspreiding van branden mogelijk worden beperkt. Preventie blijft immers altijd beter dan achteraf een ramp te moeten bestrijden. Maar als men vanuit de politiek beperkingen oplegt dan worden onmiddellijk alle registers opengetrokken.


Neem bijvoorbeeld het voorstel van minister Brouns om landbouwers een voorkooprecht te geven voor gronden in agrarisch gebied. Vrijwel onmiddellijk werd een campagne gelanceerd met het beeld van een opgesloten eekhoorn en de slogan: ‘Sluit onze natuur niet op.’ Ik moet toegeven dat dit beeld ook bij mij even emotie opriep, bijna zou je er een traan bij wegpinken. Toch is het opmerkelijk hoe snel zo’n campagne op poten wordt gezet om een voorstel te counteren.


Wat mij daarbij vooral verwondert in die conceptnota, is dat er in datzelfde voorstel een veel fundamentelere kwestie schuilt. Wanneer natuurorganisaties gronden in agrarisch gebied kunnen verwerven, zouden zij automatisch de mogelijkheid krijgen om er bos aan te planten. Zonder daarvoor nog een afzonderlijke vergunning te moeten aanvragen. In de praktijk betekent dit eigenlijk een vorm van bestemmingswijziging zonder de gebruikelijke procedures die voor andere eigenaars wel gelden.


Dat roept voor mij vragen op. Agrarisch gebied heeft immers in de eerste plaats een landbouwbestemming. Als die bestemming via deze regeling kan evolueren naar natuur- of bosgebied, dan gaat het debat niet alleen meer over grondbezit, maar ook over de toekomst en invulling van onze open ruimte. Net daarom verdient dit aspect minstens evenveel aandacht als de slogans en beelden die in de publieke discussie naar voren worden geschoven. Het komt bij mij over als een afleidingsmanoeuvre die de aandacht van de inhoud afleidt, terwijl de natuur in dit voorstel juist niet zo benadeeld wordt.

Opmerkingen


bottom of page