Mijn beperkte haardos
- 5 uur geleden
- 3 minuten om te lezen
Beste leden, collega’s,
De job van voorzitter brengt veel overleg en vergaderingen met zich mee. Soms moet ik aanwezig zijn, andere keren volg ik mee om voeling te houden met bepaalde dossiers. Toch blijf ik me verbazen over de complexiteit van hoe wij onze maatschappij organiseren. Hoe komen we soms in situaties terecht waarvan niemand vooraf had ingeschat dat het zo zou uitdraaien?
Neem bijvoorbeeld het sanitair fonds: gefinancierd door landbouwers, maar beheerd door het FAVV. Tijdens die vergaderingen besef ik hoe ingewikkeld ons systeem kan zijn. Jaarlijks maakt het FAVV een begroting op, deels voor haar eigen werking, maar ook voor de uitgaven van het sanitair fonds. Die is gebaseerd op inschattingen van mogelijke uitbraken van ziektes en de kosten voor controles en vergoedingen die eventueel zouden moeten worden uitbetaald. Dat gebeurt grondig, maar blijft moeilijk voorspelbaar. Daarom wordt er met ruime marges gewerkt.
Problemen ontstaan wanneer, zoals vorig jaar, meerdere ziektes tegelijk uitbreken en bijvoorbeeld IBR bij rundvee moeilijk onder controle te krijgen is. Het budget schiet dan tekort en er moet aan de federale regering gevraagd worden of men mag afwijken van de begroting. Daar blijkt echter dat niet-gebruikte middelen al in de nationale begroting zijn ingeschoven richting Europa. Gevolg: er moet ook toestemming aan Europa gevraagd worden, en die doet nogal moeilijk. Uiteindelijk komt het wel in orde, maar het blijft wrang dat ons geld gebruikt wordt voor andere doeleinden en dat wij moeten wachten op de uitbetaling.
Een ander voorbeeld waarbij mijn beperkte haardos recht overeind komt te staan, is een controle van de dienst Financiën bij een van onze cliënten die onder het landbouwforfait valt. Eind vorig jaar was er een controle voor het jaar 2023 en, zoals ik al geschreven heb, zijn onze werknemers zonen en dochters van landbouwers. Ze rollen hun mouwen op en staan onze cliënt met volle moed en daadkracht bij. Blijkbaar is de verdediging toch behoorlijk sterk en zegt de controleur: ‘Weet je wat? Neem het jaar 2024 er ook maar bij.’ Dus wordt dezelfde oefening herhaald voor het jaar 2024 als voor 2023.
Wat blijkt nu? De betreffende landbouwer heeft in 2024 een behoorlijk bedrag aan belastingen betaald, maar had volgens de berekening een reëel inkomstenverlies geleden. Ons voorstel was dan ook om de twee jaren te compenseren. Blijkbaar was dat toch niet zo’n goed idee en wordt beslist om terug enkel het jaar 2023 te controleren, waarvoor de controle initieel bestemd was. De betreffende landbouwer kan zijn verliesjaar niet in mindering brengen, maar moet ook nog eens ons adviesbureau voor de geleverde extra diensten vergoeden.
Tijdens de vergadering van vorige week over oppervlaktewater kwam naar voren dat 98% van de waterlopen niet voldoet aan de norm en dat men dit in de toekomst per stroomgebied zal opvolgen. De uiteenzetting verliep vlot en er werd een tabel getoond die de specifieke problemen per sector weergeeft. Wat mij onmiddellijk opviel, was dat bij depositie het aandeel kwik 200% boven de norm zat. Op de vraag hoe dit mogelijk was, werd geantwoord dat de norm zo enorm laag is dat deze waarde een buitensporig resultaat geeft. En omdat er in Vlaanderen geen kwik meer geloosd of verbrand wordt, hebben we daar geen vat op.
Dit roept de vraag op: als er niets gedaan kan worden aan de hoeveelheid kwik die uit de lucht komt, wat is dan het nut van een norm die onhaalbaar is? Politiek kan men misschien scoren met strenge normen, maar wat levert dit concreet op? Ik zie de meerwaarde er niet van in. En hoe zit het dan met alle andere normen en de invloed ervan op het algemeen resultaat?
Wat nog frappanter is, is dat Vlaanderen een tekst van ongeveer 3000 pagina’s naar Europa gaat sturen om de problemen van de afstroomgebieden te omschrijven en de vervolgstappen uit te leggen. De reden hiervoor is dat er in Vlaanderen ongeveer 400 probleembedrijven zijn die het technisch en/of economisch zeer moeilijk hebben om de lozingsnormen voor bepaalde stoffen te verminderen, zodat de vooropgestelde normen in het oppervlaktewater bereikt kunnen worden.
Ik heb er alle begrip voor dat men voor die bedrijven naar een oplossing zoekt, maar als landbouwers een vergunning moeten aanvragen, hebben wij maar enkele opties: productie verminderen of technieken toepassen die onze uitstoot terugbrengen tot op het vereiste niveau. En als we dan ook nog het ongeluk hebben dat we verkeerd gelegen zijn, dan kan dit zelfs leiden tot een gedwongen stopzetting. De ongelijkheid tussen landbouw en andere actoren in de economie moet stoppen, want ook wij zijn ondernemers voor wie elke euro telt en haalbare doelstellingen belangrijk zijn.

