Als iemand je 100.000 euro voor je schoenen biedt, ga je wel op blote voeten naar huis
- 10 jul
- 2 minuten om te lezen
Beste leden, collega’s,
Amai, wat was dat vorige week: zo’n hitte tijdens de langste dagen van het jaar! Voor zover ik weet is het nog nooit zo vroeg in het jaar en zo lang achter elkaar zo warm geweest. Ik hoop dat jullie het hoofd koel hebben kunnen houden en dat van jullie dieren ook. In zulke situaties wordt alles tot het uiterste gedreven, en hoe hard je je ook inzet om verliezen te beperken soms zijn ze helaas onvermijdelijk.
Maar goed, deze tijd van het jaar is ook het moment waarop studenten hun laatste examens afronden en het festivalseizoen van start gaat, met bijvoorbeeld Rock Werchter. Een typisch Vlaams product dat al een aantal jaren deel uitmaakt van de grotere organisatie Live Nation. Je zou denken: wat is het probleem? Het blijft immers een topevenement waar de grootste artiesten ter wereld optreden en dat steevast uitverkocht is.
Toch heeft Frederik Sioen, een Vlaamse politicus van Vooruit (misschien niet direct een bekende naam voor ons), er wel degelijk bezwaren tegen. In een opiniestuk in De Morgen kritiseert hij de werkwijze van Live Nation. Zij hebben immers alles in handen: het festival zelf, de ticketverkoop, en vaak ook de artiesten in hun portefeuille. Vooral het bezit van data over bezoekers stoort hem. Ook de manier waarop ze hun macht gebruiken om derden te dwingen tot samenwerking, valt hem op. Hij sprak zelfs over ‘verticale integratie’ een term die in onze sector overigens niet zo onbekend is.
En zoals hij in zijn opiniestuk verder uitlegt, gaat het niet alleen om het economische verhaal dat dominant wordt, maar ook om het feit dat deze situatie de creativiteit en diversiteit in de entertainmentsector smoort. En dat is, naar mijn mening, in onze sector niet anders. Verticale integratie is op het vlak van efficiëntie uitstekend: productie en consumptie worden op elkaar afgestemd en zo efficiënt mogelijk georganiseerd, zodat er meer winst kan worden gemaakt. Winst die overigens bij een klein groepje terechtkomt, dat op die manier zijn macht in de sector uitbouwt en de vrijbuiters in het gareel dwingt.
Hij wijst er ook op dat artiesten, concertzalen en boekingskantoren Live Nation te vriend moeten houden, want vroeg of laat moeten ze wel langs hen passeren. Door hun macht en geld oogsten ze vaak wat een ander heeft gezaaid. En wie is daar nu niet gevoelig voor? Als iemand je 100.000 euro voor je schoenen biedt, ga je wel op blote voeten naar huis. Dat is nu eenmaal de wet van de sterkste, en die geldt in alle sectoren.
Eén onderwerp komt in zijn opiniestuk niet aan bod, en dat is de rol van de pers. In een democratie is persvrijheid immers een van de drie pijlers waarop onze vrijheden rusten. En hoe je het ook draait of keert: macht wordt niet graag bekritiseerd. Ik vraag me dan ook af of het toeval is dat Studio Brussel, een radiozender die naar mijn gevoel toch altijd de uitdrager is geweest van alternatieve muziek, live kan uitzenden vanop Rock Werchter en alle grote sterren kan interviewen. Wiens brood men eet, diens woord men spreekt? En sinds ik voorzitter ben, sta ik versteld van hoeveel brood er wordt uitgedeeld. Iets wat wij als organisatie niet kunnen, maar waar ik me ook niet voor schaam, in tegendeel.





Opmerkingen