top of page

Hoe schiet ik mezelf in de economische voet

  • 17 apr
  • 3 minuten om te lezen

Beste leden, collega’s,


Als er een Europese ranglijst zou bestaan voor ‘Hoe schiet ik mezelf in de economische voet’, dan heeft Vlaanderen vorige week dankzij het optreden van diverse dier- en natuurgroeperingen weer een paar plaatsen gewonnen. De vergunning voor de zalmkwekerij van het Europese bedrijf Columbi Salmon werd eerst goedgekeurd door zowel de West-Vlaamse deputatie als de Vlaamse regering, maar werd vervolgens vernietigd door de Raad voor Vergunningsbetwistingen omdat het Ruimtelijk Uitvoeringsplan (RUP) niet voldeed. Deze beslissing werd door de Raad van State bevestigd, waardoor de vergunning na zes jaar procederen definitief van de baan is.


Dat Gaia hiermee uitpakt, is misschien nog te begrijpen: zij worden door deze uitspraak erkend als belanghebbende in deze kwestie. Maar wat heeft deze beslissing nu eigenlijk opgeleverd voor hun idealen, het dierenwelzijn? De consumptie van zalm blijft immers bestaan, maar de productie verplaatst zich nu naar Frankrijk of andere Europese regio’s. Zolang de productie binnen Europa blijft, kan men nog spreken van een interne markt. Maar als de productie naar andere werelddelen zou verplaatst worden, komt daar ook nog eens de vervuilende impact van transport bij. En misschien zelfs een tekortkoming van mensenrechten in die landen.


Wat is hiermee bereikt? Veel mensen, ook op sociale media, begrijpen de euforie van Gaia niet. En terecht, een investering van honderden miljoenen gaat verloren. De productie vindt niet hier plaats, waardoor lokale controle op dierenwelzijn ontbreekt. De economische voordelen vloeien naar het buitenland, terwijl een stad als Oostende juist baat zou hebben bij de werkgelegenheid die deze kwekerij zou creëren. Ook de primeur en kennis voor het kweken van zalm op het vaste land verdwijnt. En misschien wel het meest zorgwekkende: Vlaanderen wordt opnieuw gezien als een regio met een vergunningsprobleem. Wie zal er op den duur nog geneigd zijn om hier innovatieve productieprojecten te lanceren? Ik weet het niet, maar men zal vooral erg moedig moeten zijn.


De zalmkwekerij was hier nog niet aanwezig, maar verschillende sectoren binnen de veehouderij zijn al verdwenen door emotioneel geladen acties die de publieke opinie beïnvloeden. Zo zijn de nertsenkwekerij en de enige foie gras-producent in Vlaanderen al weg. Op zich is dit geen economische ramp, en ik begrijp hun standpunt wel. Toch schuift deze werkwijze stelselmatig op naar andere, grotere sectoren die toch nog altijd fundamenteel zijn voor onze landbouw en voedselproductie. Men kan dromen van een vegetarische samenleving of een eiwittransitie, maar de realiteit mag niet uit het oog verloren worden. Bovendien produceert men dan, wat dierenwelzijn betreft, nog altijd beter hier dan dat men importeert.


Geen enkele sector ontkomt aan deze trend: de normen worden hier zo hoog gelegd dat we aan concurrentiekracht inboeten. Hierdoor verplaatst de productie zich naar andere regio’s, zoals Oekraïne voor eieren en de Mercosur-landen voor kip en rund. Het is opvallend dat dierenrechtenorganisaties in deze discussie dan afwezig blijven. Als dierlijke eiwitten, die niet volgens onze dierenwelzijn standaarden zijn geproduceerd, mogen worden geïmporteerd dan exporteert men eigenlijk het dierenleed waarvoor men hier juist heeft gestreden. Persoonlijk kan ik dit moeilijk plaatsen.


We kunnen over deze materie eindeloos discussiëren, maar misschien moeten wij als landbouworganisatie ook meer de juridische weg bewandelen. Blijkbaar is dat de enige manier om nog idealen uit te dragen. Misversta me niet: op het gebied van dierenwelzijn is in de veehouderij de afgelopen decennia grote vooruitgang geboekt, en we moeten toegeven dat hun organisatie daartoe heeft bijgedragen. Maar wat er nu gebeurt, betreur ik ten zeerste: men gebruikt een omgevingsitem om hun idealen te versterken, en creëert op die manier eigenlijk stilstand.

Opmerkingen


bottom of page