Een staande ovatie
- 13 feb
- 3 minuten om te lezen
Beste leden, collegaās,
De drukke nieuwjaarsmaand met tal van recepties ligt achter ons, en de agenda vult zich weer met informatiedagen. Zo vond onlangs de eerste Vlaams-Nederlandse kennisdag over wetlands en draslanden plaats. Deze dag werd georganiseerd door VITO, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek. Het was een boeiende bijeenkomst met sprekers uit zowel Nederland als Vlaanderen.
Tijdens de voormiddag stond het algemene deel centraal, waarbij ook Nederlandse onderzoekers van diverse instellingen hun ervaringen en inzichten deelden. Onvermijdelijk kwam het bekende, maar āschokkendeā beeld aan bod: het enorme verlies aan draslanden in ons landschap de afgelopen 70 jaar.
Het zijn van die vergelijkingen waarbij je trouwens net zo goed zou kunnen bepalen hoe groot de daling van het aantal plattelandscafƩs is geweest en hoe dramatisch dit is voor het welbevinden van onze inwoners.
Eigenlijk was dit beeld niet zo veelzeggend maar wat mij vooral opviel, was dat Belgiƫ het op dit vlak het nog niet zo slecht deed in vergelijking met andere Europese landen. Van de dertig landen stond ons land op de zesentwintigste plaats als het gaat om procentueel verlies aan draslanden: 30% tegenover bijvoorbeeld maar liefst 70% in Nederland.
Waar Belgiƫ wel een primeur claimt, is de hoeveelheid drasland die verdween door verharding. Bijna de helft van de verloren gegane wetlands zijn verhard geweest en niet drooggelegd voor land- of bosbouw. Maar als er terug drasland gecreƫerd moet worden zal het vooral op landbouwgrond gebeuren.
Natuurlijk kwam ook nog het thema drainages aan bod, weer met die tenenkrommende vergelijking tussen de situatie van zeventig jaar geleden en nu. Alsof landbouwers dit enkel deden om de natuur te schaden en niet omdat het voor hen een economisch rendabele evolutie bleek. Toch was de voormiddag geslaagd dankzij de evenwichtige uiteenzettingen over hoe men het ziet en wat de doelstellingen zouden moeten zijn.
In de namiddag nam ik deel aan de werkgroep over de financiering van wetlandprojecten. Tot mijn verrassing werd deze sessie geleid door iemand van Natuurpunt, die niet zozeer uitlegde hoe je een subsidiedossier opstelt, maar wel concreet toelichtte wat het resultaat was van hun financieringsronde voor hun wetlandprojecten. In de plaats van een theoretische handleiding kregen we een praktijkvoorbeeld voorgeschoteld: Natuurpunt wil 18 wetlands, goed voor een totaal van 1.500 hectare, gedurende vijf jaar financieren voor een totaalbudget van 5 miljoen euro.
Na driemaal te benadrukken hoe grondig hun voorbereiding was geweest, presenteerden ze de stand van zaken na twee jaar. Het resultaat: een totaalbedrag van 13 miljoen euro, ruim boven hun oorspronkelijke doelstelling. De 5 miljoen euro die ze voor ogen hadden, is volledig gedekt door Europese subsidies. Daarnaast kwam er nog eens 6 miljoen euro van private partijen, aangevuld met lokale subsidies en financiering.
Terecht waren ze trots op dit resultaat. Opvallend was wel dat de belangrijkste bijdragers vooral Amerikaanse multinationals waren, bedrijven die volgens mijn bescheiden mening toch wat (grond)water nodig hebben in hun proces, zowel voor productie van dranken als voor de koeling van immense datacentra. Dat deze bedrijven bepaalde realisaties willen ondersteunen kan ik nog begrijpen maar voor zoān groot bedrag???
Terloops liet men zich nog ontvallen dat ze eigenlijk niet zoveel privaat geld hadden verwacht, maar nu het er toch was, ze in de toekomst nog een twintigtal nieuwe wetlandprojecten wilden indienen. Zonder mijn aanwezigheid was deze presentatie ongetwijfeld beloond met een staande ovatie maar onthou dat als je nog een frisdrank bestelt of iets opzoekt op het internet je waarschijnlijk niet de Vlaamse landbouw ondersteunt.
Bruno Vincent





Opmerkingen