De verwende maatschappij
- 6 dagen geleden
- 3 minuten om te lezen
Beste leden, collega’s,
Het is een open deur intrappen maar het is de week van de aardappel. De actie van zaterdag, waarbij aardappelen tegen een te lage prijs werden verkocht en de helft van de opbrengst bestemd was voor een goed doel, heeft veel stof doen opwaaien. Wat mij vooral opviel, was de verdeeldheid onder landbouwers zelf. Sommigen zagen het als een slimme zet om aandacht te vestigen op het feit dat aardappelen nog steeds vers en lokaal te koop zijn. Anderen vonden dat hun eigen thuisverkoop eronder leed. Beide standpunten hebben hun verdienste, maar laten we niet vergeten dat deze ‘gratis’ (al bestaat dat volgens sommigen niet) airplay op lange termijn waarschijnlijk wel effect zal hebben.
Merken voeren regelmatig promoties om hun naamsbekendheid te vergroten. Voor voedingsproducten geldt dit net zo goed. Uit ervaring blijkt: als je iets met een aantrekkelijke promotie verkoopt, wordt er misschien dat moment geen winst gemaakt, maar blijven de verkoopvolumes in de weken erna vaak wel hoger dan normaal. De winst komt dan uit die latere periode omdat de mensen opnieuw de smaak ontdekt hebben. Ik hoop dat dit voor verse aardappelen, bij voorkeur rechtstreeks van de boer, ook het geval zal zijn. Want smakelijkheid en kwaliteit tegen de juiste prijs blijven verkopen. Op dat laatste punt haken jongeren echter steeds vaker af. Als je ziet dat pasta, rijst en zelfs diepvriesfrieten voor ongeveer een euro per kilo te koop zijn, dan zijn dat volgens mij de echte concurrenten van de verse aardappel, niet deze weggeefacties.
Maar daarmee is het probleem van de overschotten nog niet opgelost. Vervoederen, vergisten of als bemesting op het land aanwenden blijken in de praktijk niet zo eenvoudig, zeker niet voor dergelijke enorme hoeveelheden. Een kant-en-klare oplossing ligt niet voor het rapen, maar zoals ik eerder al schreef: crisissen dwingen vaak tot creatieve oplossingen.
Ik ben ervan overtuigd dat er onder ons voldoende creatievelingen zijn die ‘out of the box’ durven denken. Die moeten we serieus nemen, niet uitlachen. Misschien kunnen we aardappelen ontdoen van overtollig vocht door ze te persen of te vijzelen, zodat de transportkosten per volume dalen. Of kan de papierindustrie iets met deze pulp? Ik weet het niet, maar als we een uitweg vinden, is dat op lange termijn de beste garantie om ons te wapenen tegen de afhankelijkheid van onze afnemers.
Dit probleem beperkt zich trouwens niet tot aardappelen alleen, het geldt voor alle landbouwproducten die we produceren. Onderzoeksinstellingen van de overheid zouden hier veel meer prioriteit aan moeten geven. Wie de landbouwer écht wil steunen, moet hierop inzetten. Dit zou niet zomaar een prioriteit moeten zijn, maar dé prioriteit. Want dit is circulariteit in optimale vorm: reststromen en overschotten die waardevol worden hergebruikt.
Onze voorouders wisten met hun ‘ouderwetse’ boerderijmethodes nog hoe je ervoor zorgde dat niets verloren ging. Met het argument dat zij nog oorlogen hadden meegemaakt, benadrukten ze dikwijls de ondergewaardeerde waarde van voedsel. Het klinkt misschien luguber, maar zij zouden zich nu omdraaien in hun graf als ze wisten dat er vandaag 860.000 ton aardappelen simpelweg niet verkocht geraken. Bij mijn weten is dit een unicum in de geschiedenis en iedereen blijft daar blijkbaar kalm bij: onder het motto het is een samenloop van omstandigheden. De voedselproducenten worden uitgewrongen als citroenen, door alle lagen van de maatschappij en de handel eromheen. Er is geen schaamte meer om deze mensen economisch en ecologisch in hun hemd te zetten. De maatschappij is verwend, en verwende mensen doen nu eenmaal rare dingen zeker?





Opmerkingen