top of page

Een kwestie van elkaar te vertrouwen

9 okt
3 minuten om te lezen

Beste leden, collega’s,


Soms belt een lid mij op of sturen ze een mail om hun verhaal te doen over de rariteiten waar ze mee geconfronteerd worden. Ik luister dan naar hun boodschap en probeer dan een oplossing te zoeken of op zijn minst de boodschap over te dragen.


Deze week werden we echter gecontacteerd door een staalnemer die stalen neemt voor het bepalen van de reststikstof. Om zijn verhaal kracht bij te zetten, stuurde hij ons een e-mail door van de dienst handhaving van de Mestbank. Daarin wordt nogmaals duidelijk gewezen op hoe staalnemers hun werk moeten uitvoeren, en wat ze moeten invullen wanneer stalen niet correct genomen kunnen worden.


Wij als landbouwers zijn uiteraard niet tevreden dat de kostprijs zo sterk gestegen is. Maar het feit dat die mensen, die bij wijze van spreken met een enkelband om, stalen in de juiste volgorde moeten nemen tot 90 cm diep lijkt mij dit jaar geen evidentie. Ik weet niet hoe het bij jullie is, maar hier is de bodem nog lang niet doorregend en verloopt het boren waarschijnlijk erg moeizaam. Dat de staalnemers nogmaals op hun plichten worden gewezen, kan ik ergens nog begrijpen. Maar de manier waarop die e-mail is opgesteld, wekt bij mij toch de indruk dat het wantrouwen in de oprechtheid van die mensen bijzonder groot is. En dat men kost wat kost wilt voorkomen dat de landbouwers een klacht zouden indienen op de correctheid van de staalnames.


Deze manier van staalnames vloeit voort uit de uitwerking van MAP 7, een dossier waarin wij als organisatie nauw betrokken waren. Zoals dat hoort in een democratie, is er over verschillende punten onderhandeld om tot een gedragen compromis te komen. Een van onze belangrijkste programmapunten was de controle op de correctheid van de meetpunten. Het ABS ijvert er immers al jaren voor om uit te zoeken of de gemeten nitraatwaarden wel effectief aan de landbouw toe te schrijven zijn.


Wat blijkt nu uit een vooronderzoek bij elf meetpunten, die overigens niet allemaal de drempelwaarde overschreden, geeft ons nu zwart op wit gelijk: maar liefst vier locaties bleken beïnvloed door externe factoren. Het wantrouwen dat bij veel landbouwers leefde over de nitraatwaarden, is dus volkomen terecht. Dit probleem moet snel van de baan en snel uitgewerkt worden voor de overige meetpunten. Wij vragen niet om deze meetpunten dan te verplaatsen, wel om de invloed van derden nauwkeurig in kaart te brengen zodat de cijfers gecorrigeerd kunnen worden.


Dit is cruciaal, want op basis van deze vertekende cijfers zijn jarenlang rapporten opgesteld om Europa te informeren over onze oppervlaktewaterkwaliteit. Erger nog: deze meetwaarden bepaalden de gebiedstypes, met ingrijpende gevolgen voor de bedrijfsvoering van veel landbouwers. Ondernemers zijn en worden zo op hoge kosten gejaagd, puur omdat hun bedrijf misschien onterecht in een strengere categorie is ingedeeld.


Dat wij nu niet constructief meewerken aan een verdere verstrenging van MAP 7, is dan ook de logica zelve. Er was immers duidelijk afgesproken dat er pas na twee jaar een evaluatie zou volgen. Bovendien kunnen de staalnames van de afgelopen drie maanden onmogelijk aan de landbouw worden toegeschreven. We beleven de droogste zomer ooit en omdat de ondergrond nog niet doorregend is, kan de landbouw nu simpelweg niet de oorzaak zijn van de gemeten nitraatwaardes.


Natuurlijk houdt onze houding aan de onderhandelingstafel een risico in. De minister kan de beslissing naar zich toetrekken, waardoor we onze inspraak verliezen. Onder invloed van zijn administratie zou hij dan nog strengere maatregelen kunnen opleggen. Maar aan een akkoord dat gebaseerd is op eventueel foutieve metingen, kunnen en zullen wij niet meewerken. Voor ons moet de invloed van derden op de meetpunten eerst uitgeklaard worden. Dit is een kwestie van elkaar te vertrouwen.

Opmerkingen


bottom of page