top of page

Een goed geschreven thriller

25 sep
3 minuten om te lezen

Beste leden collega’s,


Onlangs verscheen het voorontwerp van het Besluit Ruimtelijk Vlaanderen. Opnieuw gaat het om een lijvig document van ongeveer zeventig pagina’s, waarin de landbouw een hoofdrol krijgt. Niet als een betrouwbare pijler van ons Vlaamse landschap, maar eerder als pasmunt voor alle andere activiteiten waarvan men droomt. Ik moet toegeven dat ik enigszins onbevangen en met een zekere vorm van onverschilligheid aan deze lectuur begon, maar uiteindelijk ervaarde ik het als een goed geschreven thriller. Eenmaal begonnen, moest ik blijven lezen tot het einde om te ontdekken hoe een professionele bevolkingsgroep zich in de toekomst zal moeten terugtrekken naar een vijftal gebieden waar intensieve landbouw nog mogelijk zal zijn.


Naar mijn mening bevat het voorstel enkele opmerkelijke passages die getuigen van een behoorlijk onrealistisch optimisme. Eén daarvan is de verwachting dat er tegen 2050 ongeveer 450.000 extra woningen nodig zullen zijn om de demografische uitdagingen op te vangen. Wanneer we echter kijken naar het feit dat er sinds 2020, zonder immigratie, sprake is van een negatief saldo in de bevolkingsgroei, rijzen daar toch vragen bij. Volgens het Federaal Planbureau zal deze tendens zich voortzetten tot 2080. Bovendien wordt verwacht dat vanaf 2040 ook immigratie dit tekort niet langer volledig zal kunnen compenseren. En als men verwacht dat er meer alleenwonenden zullen komen, is dat dan niet nog minder positief nieuws voor het aantal geboortes?


Een tweede opmerkelijke tendens waarop men rekent, is reshoring. Gelukkig werd in het document verduidelijkt wat men daarmee bedoelt, want zelfs met die uitleg moest ik nog opzoeken wat het begrip concreet inhoudt. Het gaat om een toekomstverkenning van Europa die niet voorspelt hoe de landbouw er in 2040 zal uitzien, maar onderzoekt welke beroepsrollen Europese landbouwers tegen dan mogelijk zullen opnemen. Bij het lezen daarvan moest ik spontaan denken aan de vroegere slogan van Jobat: “Op een dag vind je de job van je leven, en dan ben je weg natuurlijk.” Ook hier lijkt men vooral te vertrekken van een wensbeeld, eerder dan van de dagelijkse realiteit waarmee landbouwers vandaag worden geconfronteerd.


Verder bevat het document een opvallende grafiek over de evolutie van het ruimtebeslag in Vlaanderen. Bij het horen van termen als “bouwstop” zou men kunnen verwachten dat er geen bijkomende open ruimte meer zal worden aangesneden voor bebouwing. Niets blijkt echter minder waar. Vandaag verdwijnt er dagelijks nog ongeveer 3,8 hectare aan open ruimte. Volgens de vooropgestelde plannen zou dat tegen 2040 dalen tot ongeveer 1 hectare per dag. Dat betekent dus niet dat de inname van open ruimte stopt, maar wel dat ze vertraagt.


De bijkomende ruimte-inname zou bovendien gecompenseerd moeten worden door ontharding elders in Vlaanderen. Wanneer men weet dat in diezelfde periode heel wat landbouwers hun activiteiten zullen stopzetten, hoeft het weinig uitleg waar een aanzienlijk deel van die ontharding zal plaatsvinden.


In dit document worden de ambities en verwachtingen voor vrijwel alle actoren die betrokken zijn bij het ruimtegebruik in Vlaanderen uitvoerig beschreven. Voor de landbouw lijkt het verhaal echter anders. Buiten de vijf gebieden waar intensieve landbouw nog mogelijk wordt geacht, dreigt de rugzak van de sector steeds verder gevuld te worden met bijkomende doelstellingen rond milieu, groen-blauwe dooradering, landschapselementen, biodiversiteit en tal van andere maatschappelijke verwachtingen, tot het gewicht ervan nauwelijks nog draagbaar wordt.


Wanneer men zich dan vervolgens afvraagt waarom steeds meer kiezers hun toevlucht zoeken tot de politieke uitersten, dan heeft dat wellicht te maken met het onvoldoende aanvoelen van de realiteit op het terrein. Mensen willen gehoord worden en verwachten dat hun bezorgdheden ernstig worden genomen. Met landbouwers is het niet anders: eenmaal ze verdwenen zijn, blijkt het bijzonder moeilijk om hen nog terug te krijgen. Wat verloren gaat, laat zich niet zomaar opnieuw opbouwen, in Europa begint men dit enigszins in te zien, in Vlaanderen nog niet.

Opmerkingen


bottom of page