top of page

De toekomst ziet er dan allesbehalve somber uit

  • 27 mrt
  • 3 minuten om te lezen

Beste leden, collega’s,


Deze week is er geen gebrek aan goed nieuws. Zo treedt het Mercosur-akkoord op 1 mei in werking, op de Dag van de Arbeid. Ik dacht altijd dat dit een rustdag was, maar voor de industrie lijkt elke dag te tellen nu alle economische indicatoren in het rood staan. Voor de aardappelsector is dit, volgens de voorzitter van Belpotato, ook een ongezien positief verhaal. Een ontwikkeling die bijna ten onder ging aan theatrale acties van boeren die de straat op kwamen. Misschien ben ik niet positief genoeg om dit volledig te begrijpen, maar in een democratie mag iedereen een eigen mening hebben. Zelfs als die niet strookt met de inzichten van mensen met een sterkere economische achtergrond moet men er misschien toch ook naar luisteren.


Daarnaast is er deze week ook een handelsakkoord gesloten met Australiƫ. Volgens de berichten zal de melksector hiervan profiteren, terwijl dezelfde sectoren als bij het Mercosur-verhaal de rekening zullen betalen. Men is trots dat deze rekening beperkt blijft tot ongeveer 1% van onze eigen productie, die aan nultarief mag worden ingevoerd. Als we dan nog de import vanuit de Mercosur-landen erbij nemen komt men nog maar aan een goede 2% import verdedigt men zich. Maar zoals bij belastingen het geval is, eenmaal ze er zijn kunnen deze percentages snel verdubbeld worden als de productie in Europa verder daalt door allerhande omstandigheden. En op die manier blijft de werkelijke kostprijs, van de hoge Europese standaard, kunstmatig laag gehouden en is de consument tevreden.


Daarna was er ook de visietekst van 11 professoren van de KU Leuven. Op zich is deze tekst uiteraard wetenschappelijk onderbouwd, en zijn de doelstellingen die Europa ons oplegt op die manier wellicht haalbaar. Maar wat betekent dit concreet voor de landbouwer? Als ondernemers beseffen we maar al te goed: wanneer natuur en landbouwgebied met elkaar verweven raken, is het eerste wat verdwijnt vaak de winst. Neem nu de bufferstroken die worden aangelegd. Ze zullen ongetwijfeld een positief effect hebben op de natuur, anders zou het onverantwoord zijn om ze ons op te leggen. Maar het gaat wel om 14.000 hectare landbouwgrond die uit het productieve areaal verdwijnt. Dat is geen kleinigheid. Dit verlies kan voorlopig nog worden gecompenseerd door nieuwe eco-regelingen, maar iedereen weet dat ook die oplossing tijdelijk is.


En dan was er nog de vraag vanuit Europa: hoe wij als landbouworganisatie de veeteelt in Europa weer op de kaart willen zetten. Ik was werkelijk met stomheid geslagen. Europa heeft er zelf jarenlang voor gezorgd dat de veehouderij steeds minder aantrekkelijk werd. De beroepsbevolking in de melkveehouderij nadert de pensioenleeftijd, en in de vleesveehouderij is die grens al lang overschreden. En nu, opeens, schiet men in actie? Het deed me denken aan die tv-programma’s op Discovery Channel, waar men oldtimers opknapt. Na jaren van verwaarlozing worden die auto’s met veel moeite en applaus gerestaureerd, maar uiteindelijk blijft het een oude auto, eentje die niet meer past in deze tijd. Men moet inzetten op innovatie in de plaats van regelgeving en beperkingen. De generatiewissel is daarvoor prioriteit nummer 1 en dat zal er niet komen met enkel maar geld uit te geven.


Om toch met een positieve noot te eindigen: uit recent onderzoek van VLAM blijkt dat ons beeld van jongeren in de samenleving soms te negatief is. Voor mij was het belangrijkste inzicht dat de jeugd de landbouwsector niet ziet als de grote milieuvervuiler, zoals vaak wordt voorgesteld. Integendeel: volgens hen gaan de industrie en het transport ons voor als het om vervuiling gaat. Ook hun eetgewoonten blijken minder te verschillen van die van hun ouders. Er zijn wel enkele verschuivingen, maar vlees blijft ondanks alle campagnes een vast onderdeel van hun dieet. Jongeren zien dierlijke eiwitten als een belangrijke bron van essentiƫle voedingsstoffen, en smaak blijft de belangrijkste factor bij hun keuzes. De grootste verrassing voor mij was dat het aandeel fastfood bij het buitenshuis eten daalt. Als uit deze jongeren de toekomstige politici komen, dan hoeft de Vlaamse landbouw zich geen zorgen te maken, de toekomst ziet er dan allesbehalve somber uit.

Opmerkingen


bottom of page