De grootste sluipschutter
Beste leden collega’s,
Vorige week vond de landbouwSTERdag van het VABS plaats in Aalter. Aangezien dit mijn thuisbasis is, kon ik uiteraard niet ontbreken. Ik kon er helaas alleen in de voormiddag bij zijn, maar ik heb gezien dat alles vlekkeloos verliep. De reacties achteraf waren unaniem positief. Daarom wil ik het bestuur en voorzitster Vanessa Serlet nogmaals uitdrukkelijk bedanken voor de mooie dag.
Natuurlijk kreeg ik ook het woord om de aanwezige dames toe te spreken. Mijn boodschap? Landbouwsters zijn van onschatbare waarde voor de land- en tuinbouwbedrijven. Vaak onderschatten ze hun eigen bijdrage aan het draaiende houden van wat meestal flink uit de kluiten gewassen bedrijven zijn geworden. Zij zijn het immers meestal die de administratie opvolgen, met de nodige vakkennis en oog voor de nieuwste evoluties. Dat is vandaag de dag een gigantische taak. Ondanks alle beloftes over administratieve vereenvoudiging ziet de toekomst er op dat vlak niet rooskleurig uit.
Als de overheid één regel afschaft, komen er vaak alweer twee nieuwe in de plaats. Toch kan AI hier in de toekomst hopelijk verandering in brengen. Zoals professor De Vos op Kanaal Z treffend opmerkte: de regering zou de productiviteit van haar eigen administratie moeten verhogen door AI in te zetten, om zo de bestuurlijke kosten te drukken. Hopelijk vergeet men de landbouwersector dan niet in dat verhaal.
De meeste producten die wij produceren, zijn sterk afhankelijk van de wereldmarktprijs. Daar hebben we zelf weinig vat op. De productiekosten daarentegen zijn wél iets waar de lokale en nationale politiek invloed op kunnen uitoefenen. Nu de regeringen voor een grote budgettaire oefening staan, moeten ze kritisch durven kijken naar hoe ze zelf efficiënter kunnen werken. Maar minstens even belangrijk is dat ze nagaan hoe ze het ondernemerschap kunnen aanmoedigen.
De landbouwsector is helaas het schoolvoorbeeld van hoe het niet moet. Door de overvloed aan regels en belemmeringen zijn er ondertussen amper nog opvolgers te vinden. Landbouw is de enige sector waar het woord ‘afbouw’ te pas en te onpas valt. De pijnlijke gevolgen daarvan zien we de laatste tijd steeds vaker: de integratie van Milcobel in Friesland Campina, de overname van Clarebout Potatoes door J.R. Simplot Company, het faillissement van Delvano, de sluiting van de Syngenta productievestiging in Seneffe en de sluiting van een BelOrta-vestiging. Het is slechts een greep uit de berichten die ons recent bereikten, en er zullen er waarschijnlijk nog verschillende volgen. In een krimpende markt zijn er nu eenmaal veel verliezers. Dat is niet alleen een drama voor de betrokken bedrijven, het is een slechte zaak voor onze hele maatschappij. Alleen al het feit dat cruciale beslissingen over een deel van onze voedingsindustrie straks in het buitenland worden genomen, is een enorm verlies.
De grootste sluipschutter in onze economie is misschien wel de stijgende rente. Dat is niet alleen een probleem voor onze overheid met haar enorme schuldenlast, het is ook een zware extra kostenpost voor bedrijven die willen investeren. Boven op de forse prijsstijgingen voor energie en grondstoffen van de afgelopen jaren, komt deze renteverhoging keihard aan.
Sinds de jaren tachtig nam de waarde van ons geld eigenlijk constant af. Door allerlei stimuleringsmaatregelen en de weinige inflatie werd lenen spotgoedkoop, met op een gegeven moment zelfs een buitengewoon lage rente tot gevolg. Sinds de coronac risis is die tendens echter volledig gekeerd. De rente stijgt de laatste jaren in zo’n sneltempo dat een daling er voorlopig niet in lijkt te zitten.
Dit is een wereldwijd fenomeen dat ook de (over)productie van ons voedsel kan afremmen. We merken in onze bedrijfsvoering al dat de productiekost van voeding stijgt door allerlei mondiale crises. Tel daar de klimaatverandering bij op, die de oogsten per jaar sterk doen schommelen, en het plaatje is compleet. Als de overheid hier nu nog eens een belasting verhogend beleid bovenop gooit, dreigen we te belanden in een negatieve spiraal die we kunnen missen als kiespijn. Juist in dit soort crisisjaren moeten we koesteren wat we hebben: als er immers één sector is die altijd blijft produceren, dan is het wel de land- en tuinbouw.




Opmerkingen